G E S C H I E D E N I S  V A N D E   C H A M P I G N O N

1650: een meloenteler vlak bij Parijs ontdekte op een dag dat er champignons op de mest van zijn meloenteelt groeiden. Hij besloot deze nieuwe, exotische lekkernij commercieel te gaan telen en te introduceren in de exclusieve Parijse restaurants. Hij besloot deze nieuwe exotische lekkernij commercieel te gaan telen en te introduceren in exclusieve Parijse restaurants. De champignon kreeg toen de bijnaam: Parijse paddenstoel. De meloentelers ontdekten ook dat er meer groeiden wanneer de mest begoten werd met water waarin de champignons gewassen waren. Hoe dat kwam, wist men toen niet. Wij weten nu dat dit kwam door de sporen die in het waswater achterblijven.

1780: een Franse tuinman, Gambir, ontdekte in 1780 dat grotten een bijzonder goede omgeving vormden voor de teelt van champignons: vochtig, koel en donker. Dat laatste is belangrijk voor een mooie witte kleur.

1900: In de beginjaren was de champignonteelt nog heel exclusief en niet bestemd voor de gewone mensen. Deze paddenstoel was toen net zo exclusief als nu kaviaar een truffel.

1950: Bouw van de eerste moderne bovengrondse champignon kwekerijen met meerdere kweekruimtes . De stellages waren gemaakt van beton. Dankzij deze ontwikkelingen , zijn champignons betaalbaar geworden en werden ze echt bekend bij de consument.

De champignon is niet de enige gekweekte paddenstoel. Vooral landen als China, Japan en Korea staan bekend om een zeer oude paddenstoelencultuur. De shiitake is na de champignon de meest gecultiveerde paddenstoel ter wereld.